‘De woningen in Boskoop stonden op onze planning voor grondige renovatie of sloop/nieuwbouw, maar wel pas over 5 tot 10 jaar. Toen bleek dat er veel meer aan de hand was dan regulier onderhoud, hebben we aanvullend onderzoek laten doen.’
‘Daaruit kwam naar voren dat de woningen bouwkundig en constructief niet meer voldeden aan de veiligheidseisen. Dan moet je als corporatie je verantwoordelijkheid nemen en snel schakelen. Stenen zijn belangrijk, maar de bewoners zijn natuurlijk veel belangrijker.’
‘We hebben daarom direct een crisisteam opgezet met collega’s van verschillende afdelingen. Dit team is overigens later overgegaan in een regulier projectteam. De afdeling Wonen richtte zich volledig op de huurders en hun herhuisvesting, terwijl Vastgoed de sloop en nieuwbouw organiseerde. Die keuze was essentieel, omdat beide trajecten tegelijk en onder hoge druk liepen. Gelukkig dacht de gemeente hierin mee. We mochten bijvoorbeeld slopen in plaats van renoveren, ondanks het bestemmingsplan waarbij cultuurhistorische waarde gewaarborgd moest blijven.’
Ruimte voor emoties
Voor de communicatie met bewoners organiseerden we bewust bijeenkomsten in kleine groepen, zodat er genoeg ruimte was voor ieders persoonlijke vragen en emoties. We bereidden de gesprekken zorgvuldig voor, onder meer met rollenspellen, zodat we zeker wisten dat alle bewoners dezelfde informatie kregen. De boodschap was natuurlijk niet leuk, maar de eerlijkheid werd gewaardeerd. We betrokken en informeerden ook steeds de omwonenden. Dat zij in een soortgelijk huis woonden als de huizen die gesloopt moesten worden, zorgde bij hen logischerwijs ook voor onzekerheid.’
‘Huurders kregen een vast contactpersoon, hulp bij huisbezoeken en begeleiding naar tijdelijke woonruimte. Overigens merkten we dat de situatie voor sommigen gunstig uitpakte. Oudere bewoners kwamen dankzij de urgentie bijvoorbeeld sneller in aanmerking voor een beter passende woning. Dat verzacht zo’n traject niet, maar het onderstreept wel het belang van maatwerk in deze situaties.’