Hectische tijd
Paul Speekenbrink woont er al bijna 30 jaar en was vanuit de bewonerscommissie actief betrokken bij de renovatieplannen. ‘Ik zag de flat steeds meer verloederen. Afval in de gangen, ongedierte en geluidsoverlast. Sommige woningen hadden last van schimmel en lekkages door roestige leidingen. Ook was er steeds minder samenhang tussen de bewoners. En het was hier erg gehorig, dus je moest het maar net treffen met je buren.’
Vanwege de renovatie moesten alle bewoners hun woning uit. Een flinke meerderheid koos voor een wisselwoning, wat door de fasering van het project grotendeels in hetzelfde gebouw mogelijk was. ‘Dat was een hectische tijd’, zegt Speekenbrink. Daarmee doelt hij niet alleen op zijn eigen interne verhuizing, maar ook op de vele overleggen van de bewonerscommissie over de renovatieplannen. ‘Gelukkig kregen we begeleiding van stichting !WOON. Dat was prettig, want voor ons als bewoners was het allemaal nieuw.’
Niet slopen maar oogsten
De eerste circulaire stap is de keuze voor behoud van het betonnen casco. Het gebouw is compleet gestript en de woningen zijn met gerecycled en biobased materiaal teruggebouwd. De nieuwe wanden zijn gemaakt van vlas en een dun laagje gips. Vlas neemt tijdens de teelt CO2 op en zet dit om in zuurstof. Springintveld: ‘Deze biobased wanden zijn nauwelijks duurder dan gewone isolatiewanden. Op het gehele miljoenenproject bleek het maar € 2.200 meer te kosten. Dat komt onder meer doordat deze wanden sneller te plaatsen zijn dan traditionele isolatiewanden.’
Na berekeningen voor CO2-uitstoot is gekozen voor half-circulair isolatieglas. Een deel van de oude dubbele beglazing is hergebruikt en gecombineerd met een nieuwe laag. Deze optie had de voorkeur omdat productie van volledig circulair glas nog op verschillende plekken in Europa plaatsvindt, wat extra vervoerskosten en uitstoot met zich meebrengt.