Onderhoud is al jaren een grote kostenpost voor woningcorporaties, en die kosten blijven maar oplopen. Grip krijgen is hard nodig, maar lastig. Het is niet altijd duidelijk aan welke knoppen je kunt draaien om tot het beste resultaat te komen. Vandaar de vraag: waar is winst te behalen in onderhoud?
De onderhoudskosten van de woningvoorraad van woningcorporaties zijn de afgelopen jaren explosief gestegen. In 2024 besteedden woningcorporaties hieraan gezamenlijk meer dan € 12,1 miljard. Daarmee is het de grootste kostenpost van corporaties. Die stijging heeft verschillende oorzaken. Het aantal partijen dat onderhoudswerk kan uitvoeren, is beperkt, terwijl de vraag toeneemt. Een effect dat wordt versterkt door de opmars van private equity in het vastgoedonderhoud. Als beleggers bedrijven opkopen en samenvoegen neemt de marktwerking af, waardoor prijzen doorgaans stijgen.
De onderhoudsbegroting groeit ook door verduurzaming. Installaties spelen een grotere rol in een huis. Daardoor kunnen na verduurzaming de onderhoudskosten van een pand met 70% stijgen. En dan is er ook nog de inflatie. Daardoor stijgen niet alleen de materiaal- en transportkosten. Ook de cao voor vastgoedonderhoud heeft de afgelopen jaren grote sprongen gemaakt met uitschieters tot 10% loonsverhoging.
Huis op orde
Het probleem is groot omdat de onderhoudskosten ook de investeringscapaciteit van corporaties beperken, aldus Johan Conijn, adviseur en onderzoeker bij Finance Ideas. Uit het vorig jaar verschenen rapport Corporaties in beeld 2024, dat wordt samengesteld op basis van jaarrekeningen van de 100 grootste woningcorporaties, blijkt dat door de sterk gestegen onderhoudskosten de ICR (Interest Coverage Ratio) daalt. Dat is een belangrijk kerngetal voor corporaties omdat het bepaalt hoeveel ze kunnen lenen. Een lage ICR betekent minder leencapaciteit.