Inleefoefening
Het klinkt als een vriendelijke, empathische methode. Toch werkt zo’n inleefoefening ook bij partijen die helemaal vastzitten, vertelt Van de Venis. ‘Bij een groot, provinciaal energietransitieproject liepen de belangen totaal uiteen. Sommige partijen wilden zonnepanelen en windmolens op hun grond, anderen waren daar faliekant tegen. Toen keken we samen door de ogen van onze achterkleinkinderen. ‘Jeetje, ik zie dat ik als boer toch ook iets moet met de energietransitie’, zei de een na afloop. En de ander concludeerde: ik realiseer me nu wel dat, als ik alleen zonnepanelen neerleg, de biodiversiteit in dit gebied verdwijnt.
En zo eindigde een proces, dat eerst totaal vast zat, in 1 dag met mensen die visitekaartjes uitwisselden en energie voelden om dingen anders aan te pakken.’ Dat is het goede aan samenwerken aan de mooist mogelijke toekomst, zegt Van de Venis. ‘Iederéén krijgt er een prettig gevoel bij. En als je die toekomst vervolgens terugbrengt naar het nu, zijn mensen vaak eerder bereid om concessies te doen.’
Toekomststoel
Heeft de ombudspersoon ook een concreet voorbeeld van bouwen voor toekomstige generaties? ‘Ik ben zelf natuurlijk geen bouwer. Dus misschien zeggen woningbouwmensen wel: lekker naïef Jan, dit doen we allang. Maar adaptief en meer circulair bouwen lijkt me een goed voorbeeld, zodat panden in de toekomst makkelijker voor verschillende functies en vormen van bewoning geschikt zijn.’
‘Je kunt je ook afvragen of het nog slim is om meters onder zeeniveau een nieuwe woonwijk te bouwen. Kunnen we inmiddels beter kijken naar waterwoningen? En we bouwen nog steeds veel rijtjeshuizen met tuinen, maar zouden we in dit dichtbevolkte land niet veel meer de lucht in moeten? Ja, dan hebben we minder vierkante meters tuin per persoon, maar veel méér groen en ruimte in de omgeving, zodat we ook belangrijke natuurgebieden als het Groene Hart voor onze achterkleinkinderen veiligstellen.’