Ze wil dat mensen in haar organisatie de ruimte voelen om in urgente situaties een oplossing te bedenken, zo nodig buiten de systeemregels om. ‘Dit is onze missie. Zo voel ik het in elk geval persoonlijk.’ Bij elke beslissing vraagt ze zich af: bereiken we hiermee ons doel, of volgen we braaf het systeem? Als regels knellen, zoekt ze naar mogelijkheden om die uit te dagen en bij te sturen. ‘Huurders en woningzoekenden moeten het gevoel hebben dat we echt naar hun vraag hebben geluisterd en naar beste vermogen een antwoord hebben gegeven. Het systeem mag nooit belangrijker zijn dan de noden van mensen.’
Mensen de ruimte geven
Die manier van denken vraagt iets van de organisatie. Bij WYwonen stimuleert Renske een cultuur waarin mensen nadenken over hun plek, eigenaarschap nemen en durven handelen. ‘Ik ben een vrijdenkend mens. En ik geloof dat als je mensen de ruimte geeft om zichzelf te zijn en regie te nemen over hun leven en werk, ze gaan bloeien.’ Daarvoor is veiligheid nodig en de ruimte om fouten te maken. Renske begint bij zichzelf, door regelmatig te reflecteren op haar eigen handelen. ‘Als ik veiligheid in mezelf ervaar, kan ik die ook aan mijn omgeving bieden.’ Omdat ze benaderbaar is, durven collega’s haar te bellen als ze vragen hebben of het anders zouden aanpakken, merkt ze. ‘Dat vind ik het leukste: samen sturen met deze club mensen.’
Ook buiten de organisatie zoekt Renske naar mogelijkheden buiten bestaande kaders. In de intensief gebruikte bollenstreek, met Schiphol om de hoek, waar bouwen lastig is door milieuregels en stikstofnormen, kijkt ze bewust breder. ‘Dan komt mijn kennis van natuur soms weer goed van pas.’ En waarom zouden grotere gezinnen uit de stad, zoals statushoudergezinnen, niet naar de dorpen hier kunnen verhuizen waar nog eengezinswoningen zijn en waar het draagvlak voor voorzieningen afkalft, doordat het aantal inwoners afneemt? ‘Statushouders hebben een enorme drive om onderdeel te zijn van de maatschappij. Verdiep je in de mens. Geef ze een plek om te beginnen. Ik vind dat huurders sowieso de ruimte zouden moeten hebben om overal in Nederland op een woning te reageren, als ze daar kansen zien om zich te ontwikkelen en een goed leven te hebben.’